“Een medewerker die goed in zijn vel zit, is een betrokken medewerker”

Mario Schmitz (45) kwam zestien jaar geleden bij Westrom in dienst. Een combinatie van ziektes en beperkingen maakte het onmogelijk om in het reguliere bedrijfsleven te blijven werken. Mario heeft namelijk autisme, suikerziekte en eczeem in zijn gezicht.

“Ik ben ooit begonnen bij de gemeente Roermond, als administratief medewerker op de afdeling welzijn. Daarna heb ik verschillende andere banen gehad in het vrije bedrijf. Ik heb onder andere bij KPN gewerkt, als orderbehandelaar. En bij Nedcar, als systemoperator. Bij Nedcar draaide ik ook nachtdiensten. Ik moest echter steeds vaker – en steeds eerder – constateren dat de werkdruk en de eisen die aan mij gesteld werden te hoog waren. Dan zocht ik weer iets anders. Maar mijn gezondheid ging steeds verder achteruit en op enig moment ging het echt niet meer. Pas toen ik 28 jaar was, werd er autisme bij mij vastgesteld; PDD-NOS. Later kreeg ik daar suikerziekte bij en andere lichamelijke klachten. Die combinatie van factoren zorgde ervoor dat ik het tempo in het vrije bedrijf niet meer kon bijbenen en het onmogelijk werd om er te blijven functioneren.

Gelukkig kon ik in 2002 bij Westrom aan de slag. Ik heb diverse werkplekken geprobeerd, ook buiten Westrom, via detacheringen. Helaas bleek steeds dat het werk niet bij mij paste vanwege mijn gezondheid en mijn beperking. Ik zou het op termijn niet kunnen volhouden en er niet kunnen toewerken naar een stabiele toekomst. Door mijn autisme heb ik een prikkelarme omgeving nodig. Dat is een tijdje goed gegaan toen ik via Westrom op locatie bij een bedrijf in Swalmen werkte. Die werkzaamheden worden nu uitgevoerd in het gebouw aan De Hanze. Ik heb daar erg last van overprikkeling, want we zitten met veel mensen bij elkaar. Daardoor nemen de stressklachten toe. 
Een jaar geleden kon ik halve dagen gaan werken. Door die aanpassing kan ik het nu net volhouden. 

Ik wil graag opnieuw gedetacheerd worden, en daar doe ik ook alles aan. Maar zo’n werkplek zal wel aan bepaalde eisen moeten voldoen, zodat het voor mij ook vol te houden is. Mijn ideale werkplek is allereerst een prikkelarme omgeving. En een plek waar men wat meer geduld kan opbrengen dan men normaal zou doen. Er moet ook sprake zijn van flexibiliteit: in de uitvoering van de werkzaamheden, de aard van de werkzaamheden en de tijden waarop ik die moet uitvoeren. Mocht het mij een keer niet lukken, dan moet er iemand zijn die het werk van mij overneemt. Want dan blijft de continuïteit gewaarborgd; dat is belangrijk voor mij. Verder een stukje begeleiding op de werkplek en weten waar je aan toe bent. Ja, dan zou ik er kunnen functioneren. En dat heb ik inmiddels ook kunnen ervaren. Ik heb zelf namelijk een detacheringsplek gevonden voor vier uur in de week. Dat is een heel beperkte werkplek, maar er wordt maximaal rekening gehouden met mijn beperking. De plek is zeer prikkelarm, er is maximale flexibiliteit en ik kan zelf bepalen wanneer ik het werk uitvoer. 

Maar dergelijke plekken zijn natuurlijk schaars. Ik heb het geluk dat het niet zomaar een inlener is, maar het bedrijf van mijn vader, die ook mijn mantelzorger is. De lijnen zijn daardoor kort. Je kunt makkelijker communiceren. Je weet wat je van elkaar kunt verwachten. Mijn vader is volledig op de hoogte van mijn beperkingen en talenten. En dat maakt dat het op die plek wél functioneert. Ik zie deze detacheringsplek als een opstap; om mij klaar te stomen voor een andere externe plek, die er wellicht ooit komt. 

Beschutte werkplekken blijven nodig. Ik adviseer Westrom echter wel om goed te kijken naar de beperkingen van de mensen en de werkplekaanpassingen die nodig zijn om iedereen zo optimaal mogelijk te laten functioneren. Als je storende factoren kunt opheffen, doe dat dan. Want een medewerker die goed in z’n vel zit, is een betrokken medewerker die zijn of haar werk goed ten uitvoer brengt.”
 

Mario Schmitz