23-08-2018

De positieve invloed van negatieve Facebook-reacties

“Begrijp me niet verkeerd”, zegt één van onze medewerkers, “het is best goed wat jullie doen, maar kan je ook 25 mensen met een beperking uit eigen land in dienst nemen?” En dan barst het los op onze Facebook-pagina. Want hoe is het mogelijk dat Westrom 25 jongeren uit Eritrea een plek gaat bieden? Het traject dat wij samen met de gemeente Roermond zo zorgvuldig hebben voorbereid – met voorlichting voor alle betrokkenen – en dat wij nu met trots naar buiten brengen, wordt binnen een paar uur volledig afgeserveerd op social media.

Inhoud en argumenten 
Iedereen heeft recht op zijn of haar eigen mening laat ik dat voorop stellen. Ik vind het belangrijk dat mensen daarbij elkaar serieus nemen en naar elkaar luisteren. Binnen Westrom mag iedereen met elkaar in discussie gaan. Die gesprekken voeren wij wel op basis van inhoud en argumenten. En dus zet ik mijn verontwaardiging aan de kant en bekijk ik de reacties op Facebook met een open blik.


Van integratie naar participatie
Wat is de aanleiding van de commotie? Eind juli heeft een groep van 25 alleenstaande Eritrese jongeren een nieuwe start gemaakt in een traject bij Westrom. Het traject heeft als doel om van integratie naar participatie te groeien in de Nederlandse samenleving. Wij werken hierin samen met een groot aantal organisaties uit het sociale domein. Samen zorgen zij, ieder vanuit zijn eigen professionaliteit, voor een sluitende aanpak rondom deze jongeren. En dáár zit de pijn van de mensen die via Facebook een reactie geven op ons nieuws: waarom wordt voor deze vluchtelingen alles uit de kast gehaald en moeten Nederlanders met een arbeidsbeperking zichzelf maar zien te redden? Ik begrijp de onmacht van de moeder die aangeeft dat haar gehandicapte dochter jarenlang op de wachtlijst van Westrom heeft gestaan en uiteindelijk toch geen plek kreeg in ons bedrijf. Ik begrijp dat het steekt dat vluchtelingen bij ons aan de slag gaan en wij tegelijk een aantal contracten niet verlengen.  

Ik wil het iedereen uitleggen: sinds de invoering van de Participatiewet, in januari  2015, kunnen er geen mensen meer in de Wsw instromen. Er zijn geen nieuwe plaatsen in de sociale werkvoorziening. We hebben in Nederland met elkaar afgesproken dat zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking werken bij een reguliere werkgever. De vijf gemeenten waarvoor Westrom werkt, hebben samen afgesproken dat iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij ons bedrijf aan de slag kan. Tijdelijk, om je even een steuntje in de rug te geven, als tussenstap naar regulier werk. Een enkeling die is aangewezen op beschut werk, kan blijven. 


Onbekend maakt onbemind
Beeld je eens in dat je zelf zou moeten vluchten voor oorlog in je land, voor politieke onrust, voor chaos en geweld? Je alles achter moet laten wat je hebt?  Je in een land komt waar je de taal niet van spreekt, niemand kent? Je geen geld hebt en niet weet of je volgende week weer in een ander opvangcentrum zit? Hoe vind jij dat je dan geholpen moet worden? Hoe wil je dan geholpen worden om te integreren én te participeren? 

Dat is wat wij doen, waarvoor wij er zijn én waarvoor wij een opdracht hebben gekregen van onze aandeelhouders, de gemeenten. De Eritrese jongeren krijgen bij Westrom een traject op maat, zoals iedereen die tijdelijk een steuntje in de rug nodig heeft dat krijgt. En we behandelen ze niet anders dan andere mensen die we opnieuw willen laten participeren.
Ik ben blij dat ik tussen alle reacties vol onbegrip ook mensen ontdek die een lans breken voor vluchtelingen: “Laat je vooroordelen achterwege en geef deze mensen een kans. Deze jongeren zullen na dit waarschijnlijk korte traject de reguliere arbeidsmarkt betreden waardoor hun plaatsen vrijkomen voor mensen die wél het geluk hebben gehad dat ze in Nederland geboren zijn.” 
Ik kijk uit het raam van mijn kantoor en zie daar de vlag wapperen van Konnekt’os, het platform voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in Midden-Limburg. ‘Werk verbindt’ is de slogan op deze vlag. Ik reken erop dat dit inderdaad zo is. Dat we door met elkaar te werken, de ander leren kennen en waarderen.